Operatie
Voorbereiding
&
Operatie |
Mogelijke complicaties
|
Na de operatie
|
Ontslag |
Na de operatie
Direct na de operatie bent u door een aantal slangen
verbonden met apparaten. Dat kunnen zijn:
• Infuus voor vochttoediening.
• Een dun slangetje in uw rug voor pijnbestrijding.
• Een drain in uw buik voor afvoer van eventueel bloed en
inwendig wondvocht.
• Een blaaskatheter voor afloop van urine.
Afhankelijk van uw herstel na de operatie worden deze
hulpmiddelen de een na de ander verwijderd.
Ziek zijn is hard werken
Na de operatie hoeven patiënten niet meer onnodig te vasten,
zoals voorheen het geval was. Als u uit bed wil of iets wil
drinken of eten, dan is dat mogelijk. U kunt dan vla nemen
of heldere vloeistoffen, zoals thee of bouillon. Uit recente
onderzoeken blijkt dat voeding niet schaadt, maar juist de
genezing stimuleert en uw opnameduur verkort. Er is in het
St Jansdal veel aandacht voor misselijkheid en een goede
pijnbestrijding met een pijnpompje.
Ondersteuning door fysiotherapie
Zo snel mogelijk mobiliseren is van belang voor een sneller
herstel en voorkomen van risico’s als longontsteking,
doorliggen, darmproblemen.
Op de dag van de operatie of anders de volgende dag start u
met mobiliseren, op de rand van bed of indien mogelijk
buiten bed, onder begeleiding van een verpleegkundige of
fysiotherapeut.
De fysiotherapeut geeft u oefeningen voor een betere
ademhaling, ter voorkoming van luchtwegproblemen.
Uitslag onderzoek
De uitslag van het microscopisch onderzoek van het
verwijderde darmweefsel is na ongeveer tien dagen bekend en
wordt met u en uw naaste besproken. Naar aanleiding van deze bevindingen kan een aanvullende
behandeling zoals chemotherapie worden geadviseerd. Hierover
zult u in het ziekenhuis of poliklinisch uitvoerig
informatie ontvangen. |